Wat was ik vroeger een hartstochtelijk Ajax-Fan. Als kind verzamelde ik alles van de club, ik kende de complete historie uit mijn hoofd, wist precies wie in 1973 tegen NEC had gescoord. Mijn hart sloeg over als de samenvatting van Ajax begon. Alle hoogtepunten uit die tijden ken ik nog. De bewegingen van Ling, de pingels van Vanenburg, de terugkeer van Cruyff, de omhaal van Van Basten. Ajax was geen voetbal, Ajax was kunst. Slechts zelden speelden ze slecht, in mijn herinnering. Als een wedstrijd met minder dan 5-0 werd afgesloten, was ik teleurgesteld.
De adoratie bleef, ook toen Van Gaal het voor het zeggen kreeg en prijzen pakte. Heyrik stond op het Museumplein bij de huldiging en sloeg geen wedstrijd op televisie over. Als dat beroepshalve toch een keer moest gebeurd, werd ik gek. Ajax was op televisie en ik werkte. Dat voelde als een vreemd soort discrepantie.
Langzaam ebde de liefde voor Ajax weg. Niet vanwege het slechte beleid, het matige voetbal of de teleurstellende resultaten. Een supporter moet daar tegen kunnen. Nederlagen horen net zo bij het fanschap als overwinningen. Geen probleem. Lang bleef ik Ajax verdedigen. Wat me wel stoorde, was het volkomen gebrek aan inzet. Al jarenlang geven de Ajacieden niet thuis als de mouwen omhoog moeten. De tijden van Neeskens, Lerby en Wouters liggen blijkbaar lang achter ons. Tegenwoordig verlaten Ajacieden met schone shirts het veld. Niet erg als je met 0-4 wint, maar een doodzonde als je verliest van ploegen als NEC, Den Haag of Heerenveen. Maar op voorhand weet je het: gooit een ploeg de beuk er in, dan verliest Ajax.
Die instelling ben ik spuugzat. Afgelopen vrijdag knapte er iets toen loser Van der Wiel doodleuk verkondigde dat ze met de verkeerde instelling aan een wedstrijd begonnen. Ze konden zich blijkbaar niet opladen voor Spartak Moskou. Om van te kotsen. Vandaag ging het licht definitief uit…ook bij Den Haag wisten ze weer niet te winnen, vermoedelijk omdat de Hagenezen de mouwen opstroopten. En Ajax keek het aan.
Daarom neem ik een dramatisch besluit. Ik ben Ajax-fan af. Vanaf vandaag kijk ik volkomen objectief naar het profvoetbal. Mijn enige liefde is vanaf nu die club uit de Topklasse van het zaterdagvoetbal. Die spelen doorgaans prima voetbal en laten zich nooit, maar dan ook helemaal nooit, afbluffen door een gebrek aan vechtlust.
Dag Ajax, het gaat je goed!